MISLEIDENDE NAMEN
Een walvis komt nooit op de vaste wal.
Een ploegbaas is geen voorman bij´t ploegen.
Een latrelatie is geen relatie met een magere vriend
en een hofmeester ziet men nergens in tuinen zwoegen.
Een kletskop hoort men nooit iets zeggen.
Een geldschieter schiet niet met iemands geld.
Een zakkenroller zit geen plastic zakken op te rollen
en een huismeester wordt niet voor thuis-les aangesteld.
Een drankorgel kan niemand wat op spelen.
Een takshond is geen hond die bij belasting hoort.
Een lijntrekker is heel iemand anders dan een tekenaar
en een bankschroef die stuwt nimmer bankgebouwen voort.
Een brillenkoker is niet voor koken van brillen.
Een veldwachter loopt geen wacht op´n bietenveld.
Een boekhouder houdt nooit aan hem geleende boeken
en een luchtkasteel geen kasteel waar´n muffe prins aanbelt.
Een zolderschuit die heeft nergens een zolder.
Een stoker stookt nooit ontevreden medeburgers op.
Een tolgaarder spaart geen brom- of ´n ander soort tollen
en een wegwerker is geen goochelaar met een helm en schop.
Een suikertante is geen tante met suikerziekte.
Een draaier draait niet doorlopend om dingen heen.
Een kapper bemoeit zich nooit met´t kappen van bomen
en een vrijmetselaar metselt liever niet met cement en steen.
Een eierwekker is er niet om eieren te wekken.
Een wassen neus is geen neus die men kan snuiten.
Een ijzervreter is niet iemand die dagelijks oud ijzer vreet
en een aambeeld staat niet in´t museum of beeldenpark buiten.
Een kapstok is geen stok om haar te knippen.
Een nietmachine drukt geen nieten voor een loterij.
Een waterval is geen apparaat om water mee te vangen
en een blikvanger geen werker bij een conservenmaatschappij.
P.B.K. 2014